Veertigdagentijd 6e zondag

Onderweg naar Pasen staan we stil bij het thema: Wie is Jezus? Hierin volgen we de “Ik ben”-woorden van Jezus.
“Ik ben de Deur voor de schapen” (Johannes 10:7)In de tijd van Jezus bestond de schaapskooi uit muren gemaakt van opgestapelde stenen, als het even kan daarboven een laag met takken col dorens als een soort prikkeldraad. De enige legale manier om een schaapskooi in en uit te gaan is een nauwe opening waar slechts één schaap tegelijk doorheen kan. Deze opening werd bewaakt. Dit was de deur voor de schapen. Jezus zegt van Zichzelf dat hij de Deur is voor de schapen. Hij nodigt mensen die naar zijn stem horen uit om binnen te gaan in de veilige schaapskooi. Hier is vergeving en verzoening. Hier is eeuwig Leven.
Jezus is op Goede Vrijdag aan het kruis gestorven en Zijn lichaam wordt door Josef van Arimatea en Nicodemus verzorgd en in een nieuw graf gelegd (Johannes 19: 38-42). De steen wordt er voor gerold en verzegeld. De Deur lijkt voorgoed gesloten. Voor de toegang tot de veilige schaapskooi ligt een grote grafsteen. Geen toegang meer tot vergeving en verzoening? Nee! Op Goede Vrijdag is juist het voorhangsel van de tempel gescheurd van boven naar beneden. Jezus’ sterven aan het kruis opent voor ons de toegang tot God. En daarna werd het Pasen, God greep opnieuw in. Het graf wordt ontsloten, de deur gaat wijd open voor allen die Jezus willen volgen. Hij is immers naar de aarde gekomen om Zijn schapen het leven te gegeven.

Luisterlied: Psalm 115: 9https://www.youtube.com/watch?v=LVh_ItxR4kk
Tekst:In ’t stille graf zingt niemand ’s HEREN lof.Het zielloos lijf, gedompeld in het stofKan Hem geen glorie gevenMaar onze tong zingt tot in eeuwigheidDes HEREN lof, Zijn roem en majesteitLooft God, de bron van ’t leven!
Elke week word het “Ik ben”-woord ook verbeeld in het liturgisch stuk op de preekstoel